Overdenking

OVERDENKING

Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons.

Mattheüs 1:23

Dit is een tekst die U vast rond het Kerstfeest vaker tegenkomt. Tegenwoordig spreken mensen kortweg van Kerst. Daarmee is de Naam/Titel van Iemand overgedragen op een deel van het jaar. Met een kleine letter geschreven is het zelfs geen feestdag/naamdag meer.

Toch bepaalt elk kalenderjaar mensen zo bij de Gezalfde Die de Here God in de wereld bracht om de mensen te redden van hun zonden. Kerst is immers Gezalfde, afgeleid van het Griekse Christos. Maar wie weet dat nog? Wie herkent dat nog?

Bovenstaande tekst was oorspronkelijk een boodschap (Jesaja 7:14) voor een Judese koning. Een boodschap van de Here God, over te brengen door een vader en een zoon. Mogelijk heeft die koning geen aandacht geschonken aan hun namen (Jesaja 7:3): Verlossing is (van) de Here (Jesaja) en Een rest zal terugkeren (Schear Jaschub).

Toch zegt die vader (Jesaja 8:18a):

Zie, ik en de kinderen die mij de Here gegeven heeft, zijn tot tekenen.

Hebben mensen toen die tekenen herkend? Begrepen?

De Here haalt de uitspraak aan en past deze toe op de Here Jezus (Hebreeën 2:13); inclusief de voorafgaande woorden (Jesaja 8:17):

Ik zal wachten op de Here, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, ja, op Hem zal ik hopen.

De hoofdstukken 7 en 8 van het boek Jesaja lijken op het boek Habakuk. Broeder Bruinenberg sprak daarover op zondag 6 november. Het is uitzichtloos, de toekomst is zwart. Maar er klinken onbegrepen bemoedigingen in door. De profeet zegt (Habakuk 3:18):

Nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn Heil.

Is het nu lichter in de wereld? De Here zegt (Hebreeën 2:8b):

Thans zien wij nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn.

En de profeet roept (Habakuk 3:2):

Here, ik heb de boodschap over U vernomen,

ik ben, Here, met vrees voor Uw werk vervuld;

roep het in het leven in de loop der jaren,

maak het openbaar in de loop der jaren;

gedenk in de toorn aan ontfermen!

De Here vertelt ons, dat de tekst boven dit artikel werkelijkheid werd bij de geboorte van de Here Jezus (Mattheüs 1:21-22).

Hoofdstuk 8 van het boek Jesaja noemt nog 2 keer de naam Immanuël.

De eerste keer na de aankondiging dat de koning van Assur in Juda zal komen (Jesaja 8:5-8) als een bede (vers 8b):

God zij met ons.

De tweede keer na een samenvatting van Psalm 2 (Jesaja 8:9-10):

Woedt, o, volken, en weest verslagen;

ja, neemt ter ore, alle verre streken der aarde;

gordt U aan en weest verslagen.

Beraamt een plan, maar het wordt verbroken;

spreekt een woord, maar het zal niet tot stand komen,

als een vaststaand gegeven (vers 10b):

God is met ons.

Hoe is het met U temidden van een woedende wereld? Een bevend gebed: moge God ons bewaren? Of een zekerheid: God bewaart ons!

Te midden van de oordelen in de hoofdstukken 9 en 10 van het boek Jesaja komt de naam van Jesaja’s zoon twee keer terug (Jesaja 10:21a):

een rest zal terugkeren: een rest van Jakob

En (Jesaja 10:22m):

een rest zal terugkeren: een overblijfsel, zelfs als het volk Israël zo talrijk zou zijn als het zand der zee

Immanuël.

De Here God spreekt vele malen Zijn verlangen uit om bij de mensen te wonen. Volgens de aanwijzingen van de Here is de Here Jezus omstreeks de viering van het Loofhuttenfeest geboren (Lucas 1:5; I Kronieken 24:10; Lucas 1:24, 26, 56 en 2:6-7; Leviticus 23:34). Geen wonder (Deuteronomium 16:16), dat de omgeving van Jeruzalem vol was met pelgrims; Bethlehem is 9 à 10 kilometer van Jeruzalem.

De wereld heeft Hem niet herkend (Johannes 1:10).

Allen die Hem aangenomen hebben mogen kinderen van Hem zijn (Johannes 1:12).

Hiervoor vermeldde ik de tekst (Hebreeën 2:13):

Ziehier Ik en de kinderen die God mij gegeven heeft

De Here legt voorafgaand aan de aanhaling uit wie de kinderen zijn (Hebreeën 2:10m):

. . . om vele zonen tot heerlijkheid te brengen,

de Leidsman van hun Verlossing . . .

De kinderen worden christenen genoemd (Handelingen 26:11b). Christen: van Kerst, of: christusje. Word ik, word jij, gezien, herkend als een teken, een verwijzing naar Hem?

Immanuël.

De Here God wil bij de mensen wonen. De zonde maakt dat onmogelijk. Er is een nieuwe hemel en een nieuwe aarde voor nodig. Waarin niets meer aan de zonde herinnert (Openbaring 21:1-2). Dan eerst is Immanuël werkelijkheid (Openbaring 21:3b):

God Zelf zal bij hen (de mensen, de volken) zijn.

 

Klaas Zondervan